BOB DE JONG HAD HIER ZILVER GEPAKT – Harry Zevenbergen

Ik ben geen helderziende en kan de toekomst niet voorspellen, wel weet ik altijd hoe het zou hebben kunnen gaan als…… of het nou om een date gaat, een voetbalwedstrijd. Achteraf weet ik hoe mooi het verleden had kunnen zijn. Maar er bestaat geen Lotto, voor ´als…. dan…… verleden ´voorspellingen´´. Dat weerhoudt me er, ook na de zoveelste blunder of onbezonnen actie, niet van gewoon door te gaan met het leven. Ik blijf anderen er op wijzen hoe het had kunnen zijn als. Wat als de schepping niet door was gegaan omdat God geen overeenstemming had weten te bereiken met een louche projectontwikkelaar voor de haastklus die de schepping bleek te zijn. Want waarom moest het zo nodig in 7 dagen af. Haastige spoed is zelden goed en dat hebben we geweten, die hele schepping rammelt aan alle kanten. Vooral het creëren van de mensen had wel wat zorgvuldiger gekund. Wat als Jezus een blokje om was gelopen na het verraad van Judas en voor de Romeinen op de deur klopten om hem mee te nemen. Dan was hij hij niet aan het kruis geëindigd, was hij niet voor onze zonden gestorven, niet opgestaan, niet naar de hemel gevaren. Dan was Jezus gewoon een malle profeet geweest, die op den duur niets dan hoon had geoogst. Dat had ons heel wat bloedbaden en kruistochten bespaard. Met schaatsen heeft dat alles weinig te maken. Niet meer dan dat God ook Poetin heeft geschapen, Mark Rutte, Sven Kramer en Bob de Jong. Wat die laatste betreft. Ik ben er zeker van dat wanneer Bob de Jong mee had mogen doen op de Olympische 5 km hij 2e zou zijn geworden. Dit omdat alle favorieten na de rit van Kramer te snel starten en instortten. Bob de Jong start altijd langzaam en gaat naarmate de finish nadert steeds harder. Dat was de tactiek die in deze wedstrijd had geleid tot een zilveren medaille dat weet ik zeker.

Geplaatst in Uncategorized | 1 reactie

Nico Dijkshoorn: Nooit ziek geweest – Dé Hogeweg

Op de cover staat een jongetje in korte broek bij een aquarium. Een groot aquarium zoals in Artis. Rotspartijen en veel grote vissen. Hij kijkt niet naar de grote snoek die net iets boven zijn hoofd zwemt, maar een beetje naar beneden. Waar een donkere grot is. Het gewicht is op zijn linkerbeen. Een jongetje met the blues.

Het boek begint zo.
1
Ik zit naast mijn vader. Hij huilt. Ik lees een tijdschrift.
Ik vraag, zonder op te kijken: ‘Dus je vader was er ook?’
Hij begint te vertellen.

Dit hoofdstuk eindigt er mee dat hoofdpersoon Nico een ziekenverzorger gaat zoeken, omdat zijn vader voor de vierde keer deze dag in zijn broek pist.
2
Mijn vader was dolblij met mij. Dat weet ik van mijn
moeder. Ik heb haar het verhaal vaak horen vertellen.

Het boek eindigt met hoofdstuk 49 met de scène dat Nico geen verpleger heeft kunnen vinden. Hij komt terug bij zijn vader Klaas.

Er loopt een man voorbij. Klaas veert weer op.
‘Hé, snuiter! Mannetje!’ Klaas moet lachen. ‘Nou ja, zo gaat dat hier de hele dag door. Die mensen genieten. Ze zeggen: we hebben dit nog nooit meegemaakt, zo iemand als u. Dat vind ik toch leuk om te horen, als mensen dat zeggen.’
Ik sta op en doe mijn jas aan. ‘Ja, dat is waar. Dat is heel leuk om te horen.’
Mooiste zin.
Ze schraapt de woorden diep uit haar lichaam waar ze al jaren en jaren veilig liggen opgeborgen.Weg is het zorgeloze gebabbel over marktkraampjes, aanbiedingen en het avondeten. Ze braakt de dood uit in hapklare brokken. Ze spreekt in over elkaar tuimelende zinnen over haar dode vader. Haar dode zus. Ze roert met haar tong in de hel. Elly. Dood. Verbrand. Missen. Nooit meer. Vader. Pappa. Kist. Dat zijn de woorden die ze het meest gebruikt.

Een paar uur geleden ben ik aan een touw in haar afgedaald, ik heb in het donker door kilometerslange gangen vol angst en verdriet gezworven en nu zit ze tussen ons in te lachen. (moeder heeft tia gehad).
Pijnlijkste passage.
Er wordt geroepen om een toegift. Ik loop naar de microfoon en kondig ‘The Weight’ aan, een nummer van The Band.
Ik zeg: ‘Voor mij is dit een bijzonder optreden, want mijn vader is er. Daar staat hij. Mijn vader draaide ieder weekend dit nummer en een paar weken geleden heb ik de plaat opnieuw gekocht. Daarom spelen we het vanavond speciaal voor hem. Dank je wel, Klaas. Applaus voor mijn vader.’
Ze applaudisseren. Hij ontvangt het. Ik zing het. En ik meen er helemaal niets van. Tijdens mijn gitaarsolo zie ik hoe hij steeds om zich heen kijkt. Mensen kloppen hem op de schouder en steken hun duim omhoog. Hij geniet. Ik heb hem mijn podium aangeboden en hij aarzelde geen moment.
Tragikomisch.
Klaas drumt. Ik zeg de woorden. Het went nog niet erg. Als ik hem moet geloven is er een neger in hem opgestaan. Art Blakey, de drummer op zijn favoriete plaat, The Sermon van organist Jimmy Smith, heeft zolang onderdak gevonden in mijn vaders handen. Zoals Robert Johnson opeens heel goed gitaar kon spelen, zo kan mijn vader opeens heel goed drummen. Robert Johnson moest er zijn ziel voor verkopen aan de duivel, mijn vader hebben ze er alleen maar achter een trommel voor hoeven zetten. (op de dagopvang in een verpleegtehuis).

Op de site van Nico Dijkshoorn staan veel reacties op het boek en op zijn interview erover in De Wereld Draait Door. Bijna allemaal zijn ze afkomstig van mensen die de situatie herkennen, zelf ‘ook gekleineerd zijn door een narcistische, dominante vader’.
Ik heb het anders gelezen. De vader vond het grappig om zich heel lang te verstoppen in het donker bij de vissen. Het jongetje was bang, maar zei er niets van en werd later taalkunstenaar. Dijkshoorn is meester in de kunst van het niet noemen. Het boek is een portret van vader en zoon, in een aquarium vol kleur, onverwachte bewegingen en duistere grotten. Een ode aan de schoonheid van de taal.

P1050256

Geplaatst in Uncategorized | Tags: | Een reactie plaatsen

Troonwissel – Dé Hogeweg

Alle kinderen kregen een beker toen hij geboren werd. Gevuld met schuimpjes. Die moesten we van de juf tot thuis bewaren. Als er bij de buren weer een kind geboren werd, kreeg je beschuit met muisjes. Ik snapte niet veel van het koningshuis. Die beker had geen oor; je moest er melk uit drinken. Melk was helemaal hot in de tijd. Je kreeg het net als de beker gratis op school. Nu is het 46 jaar later en wordt de prins dinsdag koning.
De aanloop naar de troonwisseldag is bijzonder amusant door het uitbreken van de koningsliedtwisten. Arme John Ewbank. Het voordeel van dit bizarre onderdeel van de voorbereidingen is dat veel andere liedjestekstschrijvers inspiratie kregen en een kansje waagden. Bijna dagelijks werden er nieuwe koningsliederen geboren. Ook heel cabaretesk Nederland is los en doet geen oog meer dicht, zoveel is er te bespotten. (Koefnoen: Duitse nog altijd boze kraker met freaky leesbril).
De keerzijde van al deze lol is dat die 46 jaar zo voorbíj gevlogen zijn. Dat zit me niet lekker. In het dagelijks leven lukt het nog wel om te doen alsof je niet ouder wordt, alsof je bij wijze van spreken dinsdag gewoon weer een nieuwe beker van de juf krijgt. Maar er gebeurde nog iets anders waardoor ik met de neus op de feiten werd gedrukt. De aanloop dààrvan was dat Patti Smith de nieuwe paus een hand gaf: weer muziek. Gisteren was het programma Gitaarjongens op tv. Na alle leipe liedjes had ik zin in wat echte muziek. Ik viel ergens middenin. Tot mijn ontzetting pakte een oude kale man zijn gitaar en begon aarzelend een introotje van een vaag bekend nummer te spelen. Zat hij onder de medicijnen of was hij gewoon een beetje raar? Bleek Eelco Gelling te zijn. Mijn held uit Cuby. Hun mooiste nummer Somebody will know some day is uit het jaar van de prinselijke beker.
Tegen zoveel nostalgie & melancholie heb ik gelukkig een sterk medicijn gevonden in LuckyTV. Ken je dat? Een kort filmpje als outro van elke De Wereld Draait Door. Al een paar dagen achter elkaar maakt Lucky themafilmpjes over de prins en de troonwissel. De beste tot zover is Willy – Noem me bij m’n eigen naam. De volgende avond kwam Lucky met Willy – Schoolontbijt. (Begroeting van een kind door de prins: ‘Zo schavuit!’)
Echt heel mooi, Ik ben geen nummer en Daarvoor zijn ook geknipt uit Het Interview dat ik niet gezien heb, maar waarvan ik de strekking nu toch wel ken.
Ik snap nog steeds niet veel van het koningshuis en voor mij mag het opgeheven worden, maar dan zouden we deze geniale explosie van creativiteit & humor missen.

Kijk en lach. Dat doen Willy en Max vast ook.

beker WA 1967

 

 

Geplaatst in Uncategorized | Tags: | Een reactie plaatsen

Avontuur op de Cauberg – Dé Hogeweg

Rob Ruijgh blikte daags voor de koers nog zo vrolijk vooruit: “Ik sluit een avontuur op de Cauberg niet uit. Als er een gaatje is, ga ik er natuurlijk voor. Maar dat ligt ook aan het wedstrijdverloop.”

Zondag leverde een valpartij in aanloop naar de finale Ruijgh een flink modderpak op. Hij viel precies in de enige plas van het parkoers, volgens de altijd deskundige presentatrice Dione de Graaf. Een stukje stof van de bilpartij van zijn koersbroek bleef achter op het asfalt. Zo reed de exhibitionist tegen wil en dank gedesillusioneerd naar de finish. Het is nog de vraag of hij met zijn heupblessure volgend weekend van start kan gaan in Luik-Bastenaken-Luik.
Na zijn valpartij werd Ruijgh bijgestaan door een ploegleider, die hem bij dat bijstaan vanuit de auto redelijk aanduwde. “Maar tja, om het teruggebracht te noemen… Na een val kan dat wel eens gebeuren op zo’n manier. Ik dacht daarbij verder niet terug aan 2011 (toen hij uit de koers werd gehaald omdat hij te veel hulp zou hebben gekregen van een mecanicien). In het hoofd van een renner gaat maar één gedachte rond op zo’n moment: ik moet zo snel mogelijk terugkomen.” Aldus Ruijgh in het NRC.
Meestal overleeft een vluchter de Cauberg niet, maar dit jaar deed Roman Kreuzinger dat wél. Hij was weg en bleef weg. Leuke winnaar. Moraal van het verhaal: vluchten loont.

Tijdens de uitzending belde een kennis. Zij vroeg me of ik nu nog echt nog serieus normaal kan kijken naar het wielrennen. Een merkwaardige vraag eigenlijk, al snap ik waar die vandaan komt. Ja, ik vind het nog steeds een prachtige sport. Ja, ik kan enorm opkijken tegen de prestaties van de rijders. Ja, ik ben nog steeds fan van Boogerd. Niets is wat het lijkt is my middlename.
Het grote wachten was natuurlijk op Mart Smeets: wanneer zou Hij er eens iets in een live-uitzending over zeggen. Mijn geduld werd die middag niet lang op de proef gesteld. Smeets babbelde er als vanouds op los, gegangmaakt door Maarten Ducrot, die hij nu permanent Martijn noemt. (toch niet door de hele toestand rondom de pedostichting Martijn?)
Ineens vertelde hij dat hij De Vraag had gekregen: wat zou je doen als Michael Boogerd binnenwandelt? Smeets: ‘Ik zou hem een hand geven en vragen hoe het met um gaat.’
Ik popel van verlangen om dat avontuur live mee te maken. Michael, zie Smeets’ uitspraak alsjeblieft als een uitnodiging en ga zondag langs in de studio van LBL. In deze etappe van je leven loont vluchten niet.

Cauberg

Geplaatst in Uncategorized | Tags: | Een reactie plaatsen

De eerste gemeenschappelijke tuinwerkbeurt van het jaar – Dé Hogeweg

Heel Nederland zucht onder de lange winterkou. In oktober begon het al, dus april is de 7e maand waarin het koud is. Toegegeven: december en januari waren een beetje warmer, maar toch. Geklaag alom! Een tuindersvereniging heeft het ‘nog moeilijker dan Nederland’ door het koude weer. Tuinieren in de snerpende oostpoolwind doe je niet voor je lol. Zaaien kan alleen als je een kas hebt. Bollen blijven benedengronds. Allemaal oorzaken waarom er vóór de eerste gemeenschappelijke tuinwerkbeurt van het jaar op de eerste zaterdag van april nog niet heel veel actieve tuinders op het complex van De Groene Zoom – voorheen Tedingerhof – waren gesignaleerd.

Om even voor 9 uur meld ik mij in 3 lagen boventuinkleding en een dikke spijkerbroek bij de kantine, het startpunt de samenwerkbeurt. Nog niemand te zien. In de verte blaten lammetjes. Het zal toch wel doorgaan? Tuinders zijn echte bikkels dus ik kan me niet voorstellen dat het afgeblazen is op grond van de temperatuur van plus 2 graden. Daarbij zijn er 6 graden en zon voorspeld. Al snel komen er een paar mannen met das en pet aan. Voorzitter Cees volgt niet veel later, maar op de fiets en in zijn burgerkloffie. Hij zal niet meedoen wegens een vergadering, maar hij is zo aardig om ons nog even een extra instructie te geven: ‘Ik wil de randen van alle paden weer kunnen zien!’ En zo begonnnen we goedgemutst en vol energie aan deze eerste samenwerkochtend van het jaar 2013. Weg met dat overhangende spul. We hakken er vervolgens lustig op los met onze spades en verwijderen deze doorns in Cees’ ogen.

Tijdens het schoffelen, snoeien en harken begint de zon door te breken. Om 11 uur – voorheen om 10 uur, veel te vroeg! – drinken we koffie in de prachtig verbouwde kantine met een lekker plakje cake of kandijkoek er bij. Om het tuinjaar goed te beginnen is er een tafeltje van het bestuur waar je je toetredingsbrief kan ondertekenen als je dat nog niet gedaan hebt. Ook ligt er een overzichtelijke lijst met alle namen en contactgegevens die je kunt nakijken, wijzigen of aanvullen. Zo is iedereen goed bereikbaar en lid van de nieuwe vereniging.
Het enthousiaste gepraat na een lange winter brengt al veel warmte, maar eenmaal in de eigen tuin beland blijkt het daar nog veel warmer te zijn. Uit de wind in de luie stoel: het kan weer!
De krachtige lentezon straalt hoop op een mooi en vruchtbaar tuinjaar naar de aarde toe. Die is wel een beetje droog trouwens. Gelukkig blijft er toch nog wat te mekkeren.

bijna narcis gemeenschappelijke tuinwerkbeurt

Geplaatst in Uncategorized | Tags: | Een reactie plaatsen

Sven in Sotsji – Dé Hogeweg

Sven Kramer is verontwaardigd over het ontbreken van bloedcontroles tijdens het WK Afstanden in Sotsji vorig weekend. Hoe kon het dat er Russische schaatsers waarvan wij nog nooit gehoord hadden ineens wonnen in eigen land? Net toen ik zo blij was dat het schaatsseizoen zonder dopingbiechten à la wielrennen was afgelopen, kwam Kramer met dit aanzetten! En ja, inderdaad dacht ik ook wel wie is dat nu weer: Denis Yuskov won op de 1500 M en Denis Kuzin op de 1000 M. Toen wist ik nog niet van de afwezigheid van controles. Yuskov is in 2008 ‘gepakt’ op blowen, maar ach wie maalt daar nog om. In het licht van de Olympische Spelen 2014 geeft dit proefdraaiweekendje Sotsji echter wel te denken.

Over Kramer dan nog even. Al eerder was ik erachter gekomen dat ik hem gewoon niet leuk vind. Mijn eindeseizoensbiecht bij dezen. Hij wint er maar op los en wil ook alles winnen. En dan de manier waarop. En dan de manier waarop hij zijn interviews doet. Altijd weer dat ‘fijne lachje’ en de eeuwige wedervraag aan Bert Maalderink (toegegeven: die kan ook onuitstaanbaar zijn) stellen. En dan kwam er aan het einde van dit seizoen bij dat hij in het team zonder pardon zijn beste vriend Jan Blokhuijzen inwisselde voor zijn nieuwe beste vriend Koen Verweij, die daar mogelijk ook nog wel wat van in de war was gezien zijn bizarre botsing met Kuck na de valse start op de 1500 m. Pinkblessure! En dan nu weer Kramers opmerken van een mogelijk dopingschandaal bij de Russen, gastland van de Spelen 2014. Goed bezig, Sven.

En toen kwam de 10 km. Met ziel en zaligheid hoopte ik dat de good old Bobster of bikkel Jorrit zouden winnen van Sven the man. En zo geschiedde. Ik hoop van harte dat Kramer hiermee een nieuwe weg is ingeslagen. Laat de lente beginnen!

Sven Kramer nieuwe weg ingeslagen

Geplaatst in Uncategorized | Tags: | Een reactie plaatsen

Waar wil jij voor sterven? – Harry Zevenbergen

Waar wil jij voor sterven? Wanneer zou jij tot het uiterste gaan om iets te verdedigen. Zelfs met je eigen leven. Zou het erop of eronder zijn wanneer ze jou Lingo willen ontnemen of zou je het dan laten bij een 11-letterwoord waarin de naam van God wordt misbruikt.
Was je euforisch toen we van André Hazes verlost werden en ben je bereid te doden om te voorkomen dat er een nieuwe Hazes wordt gevonden. Of zou je relativeren en denken: ´Ik heb de eerste overleefd en dat zal me ook met de komende 10 wel lukken.´

Zou je Nederland achter je laten wanneer ergens op de wereld een strijd gestreden wordt voor een zaak waar je in gelooft? Zou je bereid zijn tot een zelfmoordaanslag op een congres voor topbankiers van over de hele wereld? Of laat je het bij een scherpe column op je blog?

Wie wil er sterven voor vaderland, God of iets anders?

De vraag kwam bij me op, toen ik hoorde dat Haagse jongeren afreizen naar Syrië om daar voor de Islam te vechten, maar voor welke Islam eigenlijk? In ieder geval niet voor Assad de Islamitische dictator. Hoe vindt je als jongetje uit Schilderswijk in een oerwoud van strijdende groepen, de ware moslimstrijders? Het is alsof op de Veluwe een gewapende strijd losbarst tussen alle mogelijke Fundamentalistische Gereformeerde kerkgenootschappen. Zelfs God zou zich eens hoofdschuddend achter zijn oren krabben. Voordat hij alle Christenbroeders met satanisch genoegen met de bijbel om de oren zou slaan.

Ik heb eens goed nagedacht waar ik voor zou willen sterven. Niet voor het Vaderland, voor de Nederlandse identiteit, niet voor een fictieve God en zeker niet voor de koning. Is het dan de strijd tegen armoede en onderdrukking op deze wereld waarover ik zo vaak verontwaardigd ben of voor de liefde? Ik kan daar geen antwoord op geven. De tijd zal het moeten leren. Het is in ieder geval wel alles waar ik echt in geloof.

Wat ik zeker weet is dat ik ooit zal strijden tegen de dood en dat ik daarbij uiteindelijk het leven laat. Maar dat zal zeker niet voor mijn 129e zijn. Omdat ik in ieder geval nog op de 100e verjaardag van mijn kinderen aanwezig wil zijn. Dat heb ik ze beloofd.

Geplaatst in Uncategorized | Tags: | Een reactie plaatsen