De overschatting van assertiviteit – Dé Hogeweg

Bescheiden, verlegen of introvert. Wie zegt van zichzelf dat hij bescheiden is? Wie is er vanaf de wieg verlegen en zou nu nog soms het liefst achter moeders rokken schuilen? Wiens aardje is naar zijn vaartje en is gewoon een binnenvetter? Wie van deze drie archetypen is wel eens een assertiviteitstraining aangeraden? Vingers graag. Dacht ik al. De brutalen hebben de halve wereld en om die superioriteit te verdoezelen raden zij de andere helft een training aan. Is het dan zo goed om assertief te zijn? Als je dagelijks diep gebukt gaat onder het feit dat je niet voor jezelf op kunt komen, valt een training natuurlijk te overwegen. Maar voor de andere a-assertieven?
Ik dacht hier over na toen ik mijn trainingsrondje door het bos rende. De bladeren waren nog niet van de paden af geblowd. Het herfstbos was op de bodem één grote bladzee. De zon viel schuin door de takken. Op sommigen plekken op de grond scheen hij extra fel. Daar stonden de assertieven te verkondigen wat hen allemaal niet beviel, dacht ik wat op hol geraakt in mijn eigen associaties. Wahwahwah, ik zeg het je, klonk het in mijn hoofd. De verlegenen hoorde ik niet. Toch waren zij ook rood, koper, geel en goud. De tijd schoot onder mijn voeten vandaan. Zo zag ik de zonnebaan en zo was er schaduw. Ik was alleen met mijn adem en het geluid van mijn Adidas op de natte bladeren.
Op mijn werk is een reorganisatie gaande. Iedereen moet een test doen. Daar komen kleuren uit. Rood, blauw, geel en groen. In een team moeten niet teveel mensen van dezelfde kleur zitten. Meer weet ik er nog niet van. In de test viel me het grote aantal heb-je-wel-eens-last-van-andere-mensen-vragen op. En wat je dan doet. Ik dacht terug aan de laatste 30 jaar van de vorige eeuw, waarin iedereen assertief moest zijn. Assertief is verworden tot: alles wat je denkt er maar uitgooien.
Een man met een telefoon in zijn oor laat een enorme Bouvier uit. Hij schreeuwt en het beest springt om hem heen. De man gooit een stok en schreeuwt door. Als we elkaar passeren brult hij: ‘Dan had je dat maar eerder moeten zeggen, muts!’
Op mijn lippen ligt ‘loop niet zo te schreeuwen, aso!’, maar de woorden blijven binnen. In de verte luidt een kerkklok. Daarna is het weer stil.

Dit bericht werd geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s